ECLI:NL:HR:2008:BG3714
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in pachtzaak wegens art. 134 Pachtwet
Verzoeker heeft bij de rechtbank Utrecht verzocht om verlenging van een pachtovereenkomst met de wettelijke duur van zes jaren. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. Verweerder stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde, de pachtovereenkomst beëindigde en een ontruimingstermijn vaststelde.
Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof. Verweerder stelde dat verzoeker niet-ontvankelijk was in het cassatieberoep op grond van art. 134 Pachtwet Pro, dat cassatie tegen arresten van de pachtkamer van het hof uitsluit.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel op 1 september 2007 de Pachtwet werd ingetrokken en titel 5 Boek 7 BW werd ingevoerd, en nieuwe procesrechtelijke bepalingen (art. 1019j-1019v Rv.) cassatie niet uitsluiten, deze bepalingen geen gevolgen hebben voor lopende procedures vanwege de overgangsbepaling van art. 74 Overgangswet Pro NBW. Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep wegens art. 134 Pachtwet en toepasselijkheid overgangsbepaling art. 74 Overgangswet NBW.