ECLI:NL:GHARN:2009:BH3558
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A. Monsma
- J. Lamens
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering windturbine en invloed energie-investeringsaftrek op stichtingskosten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van een agrarisch bedrijfsobject met een windturbine centraal. De heffingsambtenaar van de gemeente Zeewolde stelde de waarde van het object vast, waarbij onder meer de energie-investeringsaftrek (EIA) en de werktuigenvrijstelling werden betrokken. Belanghebbende betwistte deze waardering en de rechtbank had de waarde verminderd, onder meer door de EIA in mindering te brengen op de stichtingskosten en de werktuigenvrijstelling ook toe te passen op de fundering.
Het Gerechtshof Arnhem oordeelt dat de EIA niet in mindering mag worden gebracht op de stichtingskosten van de windturbine, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. Tevens beslist het hof dat de fundering van de windturbine niet onder de werktuigenvrijstelling valt, omdat de fundering onlosmakelijk verbonden is met de herkenbaarheid van de windturbine. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat meegekochte onderhouds- en garantiekosten in de aanschafprijs zijn begrepen, zodat deze niet in mindering kunnen worden gebracht.
In het incidentele hoger beroep is verder geoordeeld dat de cultuurgrondenvrijstelling niet van toepassing is op de ondergrond van het toegangspad en dat de waardering van de grond rondom de windturbine correct is vastgesteld. Ook is geen reden voor correctie wegens technische en functionele veroudering, omdat de windturbine kort voor de waardepeildatum is opgericht.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij de waarde van het object wordt vastgesteld op het niveau van de uitspraak van de ambtenaar na bezwaar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van het object wordt vastgesteld op € 1.192.494.