ECLI:NL:HR:2010:BL7172
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Werktuigenvrijstelling bij waardering windturbine in WOZ-zaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak met een windturbine, waarbij de heffingsambtenaar de waarde had vastgesteld en later verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verlaagde de waarde, maar het hof vernietigde dit en verklaarde het beroep ongegrond. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de waardevaststelling van de heffingsambtenaar zonder nadere motivering in stand liet, terwijl deze was gebaseerd op een betwiste overeenkomst.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de werktuigenvrijstelling op de windturbine en de vraag welk deel van de waarde buiten beschouwing moest blijven. Het hof had aangenomen dat 36% van de investeringskosten van de turbine exclusief fundering buiten aanmerking moest blijven, gebaseerd op een overeenkomst waarvan de totstandkoming door belanghebbende was betwist. De Hoge Raad stelde dat deze beslissing onvoldoende gemotiveerd was en dat nader onderzoek nodig is naar de geldigheid van de overeenkomst en de juiste waardering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatiegeding. De fundering van de windturbine viel buiten de werktuigenvrijstelling en deze beslissing werd niet bestreden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar werktuigenvrijstelling en waarde windturbine.