ECLI:NL:HR:2007:BA2720
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over invloed fiscale faciliteiten op WOZ-waarde windmolenpark
Belanghebbende, eigenaar van een windmolenpark bestaande uit veertig windturbines, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het park voor de jaren 2001 tot en met 2004. Na een lagere vaststelling door het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente en een daaropvolgend gegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde het Hof de waarde vast op € 2.437.434.
In cassatie betoogde belanghebbende dat fiscale faciliteiten zoals ontheffing van energiebelasting, de VAMIL-regeling en energie-investeringsaftrek invloed moesten hebben op de herbouwwaarde. De Hoge Raad oordeelde dat deze faciliteiten niet het offer verminderen dat nodig is om de windmolens opnieuw aan te schaffen of te vervaardigen, en derhalve niet van invloed zijn op de WOZ-waarde.
De Hoge Raad benadrukte dat hoewel deze fiscale faciliteiten de economische waarde (bedrijfswaarde) kunnen beïnvloeden, belanghebbende niet had gesteld of bewezen dat de bedrijfswaarde lager is dan de vastgestelde WOZ-waarde. Daarom faalt het middel en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Tot slot wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af en bevestigde het arrest van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van het windmolenpark blijft vastgesteld op € 2.437.434.