ECLI:NL:GHARN:2009:BI1304
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding voorlopige hechtenis wegens samenvoeging feiten tot één zaak
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering tot vergoeding van schade als gevolg van ondergane voorlopige hechtenis en verzekering. Het verzoek betrof twee feiten die oorspronkelijk in verschillende arrondissementen waren behandeld, maar om proceseconomische redenen waren samengevoegd tot één zaak. Verzoeker stelde dat de feiten als afzonderlijke zaken moesten worden beschouwd, omdat er geen samenhang tussen bestond.
Het hof overwoog dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad de term “zaak” in artikel 89 Sv Pro dezelfde betekenis heeft als in artikel 258 Sv Pro, waarbij alle feiten op de dagvaarding samen één zaak vormen, ook als er geen verband tussen de feiten bestaat. De advocaat-generaal bevestigde deze uitleg en verwees naar het jaarverslag van de Hoge Raad 2005-2006.
Omdat de zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, maar juist met een voorwaardelijke gevangenisstraf en onttrekking aan het verkeer van een pistool, was er geen grond om de feiten als afzonderlijke zaken te beschouwen. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het vonnis werd uitgesproken door het hof Arnhem op 23 februari 2009, waarbij de voorzitter en twee raadsheren het besluit ondertekenden.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding voor schade door voorlopige hechtenis wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de feiten als één zaak worden beschouwd en de zaak niet zonder strafoplegging is geëindigd.