ECLI:NL:GHARN:2009:BI1317

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
9 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Avnr: 421-08
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Wetboek van StrafvorderingArt. 89 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding voorlopige hechtenis na vrijspraak en schorsing met huisarrest

Verzoeker werd op 12 mei 2005 in verzekering gesteld en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Op 27 mei 2005 werd de voorlopige hechtenis geschorst onder voorwaarden, waaronder huisarrest gedurende 28 dagen. De zaak eindigde zonder strafoplegging na vrijspraak door het hof op 2 januari 2008.

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering voor vergoeding van schade door ondergane voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat de periode van huisarrest tijdens schorsing niet als voorlopige hechtenis wordt beschouwd en dus niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Het hof kende een vergoeding toe van €70 per dag voor 15 dagen voorlopige hechtenis en €25 per dag voor 3 dagen doorgebracht in een politiecel, totaal €1.125. Het verzoek voor vergoeding van de huisarrestperiode werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken op 9 februari 2009 door het gerechtshof Arnhem.

Uitkomst: Vergoeding van €1.125 toegekend voor 15 dagen voorlopige hechtenis en 3 dagen politiecelverblijf; vergoeding voor huisarrestperiode afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
Pkn: 21-003048-07
Avnr: 421-08
Het hof heeft gezien het op 15 april 2008 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van:
[naam verzoeker],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],
wonende te [adres verzoeker],
domicilie kiezende te [adres kantoor raadsman],
ten kantore van zijn raadsman,
hierna te noemen verzoeker,
ingediend door mr. [naam raadsman], advocaat te [plaatsnaam], strekkende tot toekenning van een vergoeding ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering ter zake van schade als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 12 januari 2009 de advocaat-generaal en namens verzoeker [naam raadsman] voornoemd. Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Het hof heeft kennis genomen van de overige zich in het procesdossier bevindende stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal.
OVERWEGINGEN
1. Na terugwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 19 juni 2007 is verzoeker bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van 2 januari 2008 vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde. Het openbaar ministerie was ten aanzien van het onder 2 tenlastelegde door het hof bij arrest van 21 maart 2006 reeds niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging en het ingestelde cassatieberoep was hier niet tegen gericht. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
2. Het verzoekschrift is tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk.
3. De advocaat-generaal heeft volhard bij de eerdere schriftelijke conclusie.
4. De raadsman heeft gepersisteerd bij het verzoek. Hij heeft onder meer aangevoerd dat de voorwaarde waaronder de voorlopige hechtenis was geschorst, te weten huisarrest, als een vorm van vrijheidsbeneming is te beschouwen. De raadsman acht dan ook gronden van billijkheid aanwezig om ook voor deze periode een vergoeding toe te kennen.
5. Op grond van het bepaalde in artikel 89 en Pro verder van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter aan de gewezen verdachte, in het geval de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, en de rechter daarvoor – alle omstandigheden in aanmerking genomen – gronden van billijkheid aanwezig acht, een vergoeding toekennen voor schade die hij heeft geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Een dergelijk geval doet zich hier voor.
6. Verzoeker is op 12 mei 2005 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 15 mei 2005 de bewaring ingegaan en daarop volgend is zijn gevangenhouding bevolen. De voorlopige hechtenis is geschorst op 27 mei 2005, onder andere met als voorwaarde - kort samengevat - dat hij zich tijdens de schorsing dient te houden aan de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de jeugdreclassering. Het hof begrijpt dat de jeugdreclassering daaraan onder meer invulling heeft gegeven door te bepalen dat verzoeker gedurende de eerste vier weken alleen onder voorwaarden de ouderlijke woning mocht verlaten.
7. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verzoeker 15 dagen in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Van deze dagen heeft hij 3 dagen in het politiebureau doorgebracht. Deze periode komt voor vergoeding in aanmerking.
Voorts heeft verzoeker ter uitvoering van de schorsingsvoorwaarden 28 dagen onder huisarrest verbleven. Gedurende deze periode was de voorlopige hechtenis geschorst. Die periode valt daarom buiten het beslissingskader van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek wordt in zoverre afgewezen.
8. Het hof zal aan verzoeker een vergoeding toekennen van € 70,= per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en daarboven € 25,= per dag doorgebracht in het politiebureau.
9. Met inachtneming van het bovenstaande kan aan verzoeker worden toegekend:
- 15 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht € 1.050,=
- 3 dagen in een politiecel doorgebracht € 75,=
totaal € 1.125,=
BESCHIKKENDE
Het hof:
- kent aan verzoeker toe op gronden als hiervoor omschreven een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 1.125,= (zegge: elfhonderdvijfentwintig euro) en gelast de tenuitvoerlegging daarvan;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
- beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op het bankrekeningnummer [nummer] t.n.v. [naam].
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs. E.A.K.G. Ruys, voorzitter, J.M.J. Denie en E.H. Schulten, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B.P. Snijder, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 9 februari 2009.