ECLI:NL:GHARN:2009:BI1333
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand in BTW-carrouselzaak afgewezen behalve forfaitaire vergoeding
Appellant, verdachte in een BTW-carrouselzaak, verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand na beëindiging van de zaak zonder strafoplegging. De rechtbank wees het verzoek af omdat de kosten van de raadsman door een vennootschap waren betaald en niet direct ten laste van appellant kwamen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof oordeelde dat de kosten slechts vergoed kunnen worden indien zij daadwerkelijk door appellant zijn gemaakt. Omdat de declaraties aan de vennootschap waren gericht en betaald, en de afspraak tot terugbetaling niet schriftelijk was vastgelegd, werd het verzoek afgewezen.
Wel werd een forfaitaire vergoeding van €540 toegekend voor de indiening en behandeling van de verzoekschriften, mede vanwege het niet verschijnen van appellant en zijn raadsman in hoger beroep. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht met deze beslissing.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen voor vergoeding kosten rechtsbijstand, forfaitaire vergoeding van €540 toegekend.