ECLI:NL:GHARN:2009:BI1487
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij opzetheling mobiele telefoon
Verdachte bracht een door haar zoon gestolen mobiele telefoon naar de politie. Aan haar werd opzetheling ten laste gelegd omdat zij de telefoon in bezit had terwijl zij wist dat deze gestolen was.
Tijdens het hoger beroep verklaarde verdachte dat zij de telefoon van haar zoon had afgepakt nadat hij had toegegeven dat hij deze had gestolen en dat zij de telefoon vervolgens aan de politie had overgedragen. De zoon was reeds veroordeeld voor diefstal van deze telefoon.
Het hof achtte bewezen dat verdachte de telefoon had verworven en in bezit had terwijl zij wist dat deze gestolen was, maar oordeelde dat de materiële wederrechtelijkheid ontbrak omdat verdachte niet van het misdrijf had geprofiteerd en door haar handelen juist het slachtoffer in staat stelde zijn eigendom terug te krijgen.
Hoewel verdachte aanvankelijk onwaarheid sprak bij de politie, achtte het hof dit begrijpelijk vanuit een moederlijke bescherming. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, sprak verdachte vrij en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van strafbaarheid.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken van materiële wederrechtelijkheid bij opzetheling.