ECLI:NL:GHARN:2009:BI2161
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Mannoury
- E.B. Knottnerus
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens onrechtmatige tussentijdse beëindiging managementovereenkomst
In deze civiele zaak stond de tussentijdse beëindiging van een managementovereenkomst centraal. Appellant vorderde betaling van een gefixeerde schadeloosstelling omdat de overeenkomst volgens hem onrechtmatig was beëindigd. Dusseldorp Beheer voerde verweer en stelde dat de appendix geen wijziging in het schadevergoedingsbeding had gebracht en dat de reeds gedane betaling voldoende was.
De rechtbank Zutphen wees de vordering van appellant af, waarbij zij oordeelde dat appellant geen hogere ontslagvergoeding mocht verwachten dan reeds was betaald. Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken tegen de vorderingen van appellant sprak. Tevens verwierp het hof het beroep van appellant op een bredere ontslagbescherming na de appendix.
Daarnaast stelde Dusseldorp Beheer dat appellant misbruik van procesrecht had gemaakt door onnodig in rechte te treden. Het hof verwierp deze stelling en oordeelde dat het gezag van gewijsde terecht was ingeroepen, maar dat dit niet automatisch misbruik van procesrecht betekende.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen, veroordeelde appellant in de kosten van het principaal hoger beroep en compenseerde de kosten van het incidenteel hoger beroep. De vorderingen van appellant werden afgewezen, waarmee de tussentijdse beëindiging van de overeenkomst zonder recht op aanvullende schadeloosstelling werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af.