ECLI:NL:PHR:2011:BO9549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezag van gewijsde bij vordering schadevergoeding wegens tussentijdse beëindiging managementovereenkomst
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een managementovereenkomst die oorspronkelijk liep tot 15 oktober 2005 en later mondeling verlengd werd tot 15 oktober 2010. Eiser vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige tussentijdse beëindiging door verweerster, waarbij hij stelt recht te hebben op een hogere gefixeerde schadeloosstelling dan eerder toegekend.
In eerdere procedures is geoordeeld dat eiser aanspraak had op een gefixeerde schadeloosstelling gelijk aan 80% van zijn managementvergoeding tot 15 oktober 2005. Het hof oordeelde dat deze beslissing gezag van gewijsde heeft en dat eiser geen aanvullende schadevergoeding kan vorderen voor de verlengde periode tot 2010.
De Hoge Raad overweegt dat het gezag van gewijsde ziet op de rechtsbetrekking in geschil en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de eerdere beslissing ook de vordering tot wettelijke schadevergoeding wegens wanprestatie omvatte. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beroep op gezag van gewijsde door verweerster is terecht.