ECLI:NL:GHARN:2009:BI2192
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkloonregeling van toepassing op leden van coöperatie in inkomstenbelasting
Belanghebbende, lid en bestuurder van een coöperatie, maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2002 waarbij de Inspecteur het loon uit dienstbetrekking verhoogde op grond van de gebruikelijkloonregeling. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het geschil betrof de vraag of artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 van toepassing is op leden van een coöperatie. Het Hof oordeelde dat de coöperatie gelijkgesteld wordt met een vennootschap voor de toepassing van de aanmerkelijkbelangregeling en dat de gebruikelijkloonregeling daarom ook op coöperatieleden van toepassing is. De stelling van belanghebbende dat dit in strijd zou zijn met het EVRM, het EG-verdrag, het Burgerlijk Wetboek of het gelijkheidsbeginsel faalde.
Verder oordeelde het Hof dat het loon, inclusief het fictieve loon op grond van artikel 12a, tot het inkomen uit werk en woning behoort, ongeacht of de coöperatie loonbelasting inhoudt. Belanghebbende kon geen aannemelijk bewijs leveren voor een ander gebruikelijk loon of voor een beleidswijziging van de Inspecteur. Het beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing is op leden van een coöperatie en wijst het beroep van belanghebbende af.