ECLI:NL:GHARN:2009:BI3214
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- R. den Ouden
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over toepassing tbs-regeling en verliesverrekening pand
Belanghebbende, middellijk aandeelhouder van een BV, verhuurde een pand aan deze BV dat werd gebruikt voor een installatiebedrijf. Na ingrijpende verbouwingen in 2001 stelde belanghebbende het vernieuwde en uitgebreide gedeelte van het pand pas vanaf 1 september 2001 feitelijk ter beschikking aan de BV.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de tbs-regeling en de vraag of het verlies van €202.774, berekend over het pand bij beëindiging van de tbs-regeling, in aftrek kon worden gebracht op het belastbare inkomen van belanghebbende.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof oordeelde dat alleen het gedeelte van het pand dat daadwerkelijk ter beschikking stond onder de tbs-regeling valt en dat uitbreidingsinvesteringen pas vanaf de feitelijke terbeschikkingstelling in aanmerking kunnen worden genomen.
Hoewel belanghebbende stelde dat het gehele pand per 1 januari 2001 ter beschikking stond, concludeerde het hof dat het vernieuwde gedeelte pas vanaf 1 september 2001 ter beschikking stond. Het hof verwierp ook het beroep op het vertrouwen dat belanghebbende meende te hebben op grond van eerdere besluiten en stelde dat het verlies niet in aftrek kan worden gebracht.
Het hof achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en sprak de uitspraak van de rechtbank uit met aanvulling en verbetering van de motivering.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het verlies van €202.774 niet aftrekbaar is en verklaart het hoger beroep ongegrond.