ECLI:NL:HR:2010:BF2224

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00326
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.92 Wet IB 2001
Verwijzingen
3 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terbeschikkingstelling van pand aan aanmerkelijkbelang-bv voor belastingdoeleinden

Belanghebbende en zijn echtgenote kochten in 2001 gezamenlijk een pand met de intentie dit na verbouwing te verhuren aan een bv waarin zij beiden een aanmerkelijk belang hebben. In hun aangifte inkomstenbelasting 2002 voerden zij aftrekposten op voor hypotheekrente en overige kosten, resulterend in een negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De verbouwing kwam in 2002 stil te liggen door problemen met vergunningen en het pand werd niet gebruikt door de bv, noch werd er een vergoeding betaald.

Het hof oordeelde dat jurisprudentie over de eerste ondernemingshandeling bij ondernemers doorgetrokken moet worden naar resultaatgenieters, waardoor het pand zich vanaf het begin in de sfeer van terbeschikkingstelling bevindt en niet in box 3. Hierdoor werden de kosten in aftrek toegestaan.

De Advocaat-Generaal betoogde echter dat het begrip 'werkzaamheid' in art. 3.92 Wet IB 2001 een specifieke uitleg vraagt en dat het ter beschikking stellen constitutief is voor toepassing van het tbs-regime. Omdat het genot van het pand niet daadwerkelijk aan de bv was overgedragen en er geen afdwingbare overeenkomst was, was niet voldaan aan de voorwaarden voor terbeschikkingstelling. De Hoge Raad stelde vast dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had en verklaarde het beroep in cassatie gegrond, zonder verdere uitspraak te doen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor terbeschikkingstelling van het pand aan de bv.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.