ECLI:NL:HR:2010:BM0473
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Aanvang terbeschikkingstellingsregeling bij verbouwing pand voor gelieerde vennootschap
Belanghebbende was eigenaar van een pand dat deels aan derden werd verhuurd en deels aan een gelieerde vennootschap, de BV. In 2001 werd het pand ingrijpend verbouwd en uitgebreid met het oog op gebruik door de BV, die het pand vanaf 1 september 2001 volledig in gebruik nam.
De vraag was of de terbeschikkingstelling van het pand aan de BV begon op 1 januari 2001, toen de verbouwing startte en het pand deels nog aan derden werd verhuurd, of pas op 1 september 2001, toen de BV het pand volledig betrok. Het hof oordeelde dat de terbeschikkingstelling pas op 1 september 2001 begon.
De Hoge Raad stelt dat bij verbouwing van een pand dat aanvankelijk aan derden werd verhuurd en daarna aan een gelieerde vennootschap ter beschikking wordt gesteld, de terbeschikkingstelling kan aanvang nemen zodra de verhuur aan derden eindigt en er een gezamenlijke bedoeling bestaat om het pand voor gebruik door de vennootschap gereed te maken, ook indien deze bedoeling niet schriftelijk is vastgelegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor nadere beoordeling of aan deze criteria is voldaan. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.