ECLI:NL:GHARN:2009:BJ0360
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wooneenheid in woning vormt geen afzonderlijke onroerende zaak volgens Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar van een woning met een wooneenheid die een eigen ingang heeft, maar via een niet afsluitbare tussendeur verbonden is met de rest van de woning. De Ambtenaar van de gemeente stelde de wooneenheid aan als een afzonderlijke onroerende zaak voor de Wet WOZ en handhaafde deze waardering na bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof stelde vast dat de tussendeur niet redelijk afsluitbaar is, waardoor de wooneenheid niet als een afzonderlijk geheel kan worden beschouwd volgens artikel 16 Wet Pro WOZ. De huurder heeft toegang tot de woning via de bijkeuken en de tussendeur, wat wijst op kamerverhuur in plaats van verhuur van een zelfstandige woning.
De Ambtenaar kon niet aannemelijk maken dat de wooneenheid en de woning fysiek gescheiden zijn. Ook kon de weigering van belanghebbende om de taxateur toegang te verlenen niet tegen hem worden gebruikt. Het Hof vernietigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank, de uitspraak van de Ambtenaar en de beschikking, en veroordeelde de Ambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De wooneenheid wordt niet als afzonderlijke onroerende zaak aangemerkt en eerdere besluiten worden vernietigd.