ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5190
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- F.J.H. Rutgers van der Loeff
- A.P. Besier
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding voorlopige hechtenis wegens oplegging straf
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor vergoeding van schade als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Het hof overwoog dat de zaak niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, omdat verzoeker veroordeeld is tot een gevangenisstraf en voorlopige hechtenis is toegelaten voor het bewezen verklaarde feit.
De advocaat-generaal stelde dat verzoeker niet-ontvankelijk moest worden verklaard, hetgeen het hof volgde. De raadsman van verzoeker voerde aan dat de verschillende feiten als afzonderlijke zaken beschouwd moesten worden vanwege het ontbreken van samenhang, maar het hof hield vast aan de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat meerdere feiten op één dagvaarding samen de zaak vormen.
Het hof verwees naar jurisprudentie en het jaarverslag van de Hoge Raad waarin wordt bevestigd dat de term 'zaak' in artikel 89 Sv Pro dezelfde betekenis heeft als in artikel 258 Sv Pro, en dat het niet uitmaakt of er verband bestaat tussen de feiten. Gezien deze overwegingen verklaarde het hof verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om vergoeding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vergoeding wegens voorlopige hechtenis omdat de zaak niet zonder strafoplegging is geëindigd.