ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4693
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- De Winter
- Kortenhorst
- Baauw
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis ondanks veroordeling voor andere feiten
Verzoeker werd verdacht van drie feiten: poging tot doodslag, mishandeling en bedreiging. Hoewel hij werd veroordeeld voor mishandeling en bedreiging, werd hij vrijgesproken van poging tot doodslag.
Hij verbleef twee dagen in verzekering en elf dagen in voorlopige hechtenis vanwege het eerste feit, waarvoor hij achteraf onterecht werd verdacht. Het hof oordeelde dat ondanks de veroordeling voor de andere feiten, billijkheidsoverwegingen een vergoeding rechtvaardigen voor de geleden schade door de voorlopige hechtenis ter zake van het eerste feit.
Het hof kende een vergoeding toe van EUR 960,- voor de dagen in politiecel en huis van bewaring, maar wees de gevraagde immateriële schadevergoeding af. De zaak illustreert de toepassing van artikel 89 Sv Pro in uitzonderlijke omstandigheden waarbij een deel van de tenlastelegging onterecht bleek.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van EUR 960,- voor onterechte voorlopige hechtenis ondanks veroordeling voor andere feiten.