ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7976
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omkering en verzwaring bewijslast bij winstcorrectie souteneur in inkomstenbelasting
Belanghebbende, een souteneur, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2001 tot en met 2004. De Inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op basis van een redelijke schatting, waarbij werd uitgegaan van een omzet per prostituee en het aantal prostituees dat voor belanghebbende werkte. Diverse verklaringen van aangeefsters en getuigen, alsmede telefoontapverslagen, toonden aan dat belanghebbende een onderneming dreef waarbij vrouwen onder druk werden gezet en een deel van hun verdiensten moesten afstaan.
Belanghebbende stelde dat hij ten onrechte niet zelf is gehoord en dat de omkering van de bewijslast onterecht is toegepast. Het hof oordeelde dat belanghebbende via zijn gemachtigde voldoende gelegenheid tot horen heeft gehad en dat hij impliciet heeft afgezien van een eigen hoorzitting. De omkering van de bewijslast is gerechtvaardigd omdat belanghebbende geen administratie heeft gevoerd en de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen op een redelijke schatting zijn gebaseerd.
Het hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Arnhem die het beroep van belanghebbende ongegrond had verklaard. De schattingen van de Inspecteur werden als niet willekeurig beoordeeld, mede gelet op de verklaringen en tapverslagen die een omzet van circa € 484 per prostituee per dag en gemiddeld zes prostituees per week bevestigen. De onderneming bestond gedurende de gehele periode tot aan de aanhouding van belanghebbende. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de omkering van de bewijslast en de aanslagen worden gehandhaafd.