ECLI:NL:GHARN:2009:BK1108
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering successieaanslag na omkering bewijslast wegens niet-ingediende aangifte
Belanghebbende kreeg een successieaanslag opgelegd van €147.685 op een verkrijging van €1.000.000 uit de nalatenschap van zijn vader. Omdat de vereiste aangifte niet was gedaan, werd de bewijslast omgekeerd en moest belanghebbende overtuigend aantonen dat de aanslag onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Gerechtshof bevestigde dat de Inspecteur de waarde van de verkrijging met een kwart moest verminderen vanwege eerdere verkrijgingen door belanghebbende. Dit leidde tot een aangepaste verkrijging van €770.000.
Belanghebbende kon niet met controleerbare of objectieve gegevens aantonen dat deze aangepaste aanslag onjuist was. De Inspecteur baseerde zijn waardering op een taxatie door een registertaxateur en een stelpost voor roerende zaken, waardoor de correctie niet willekeurig was.
Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken en mat de aanslag naar beneden tot de aangepaste waarde. Tevens werd bepaald dat de Inspecteur de betaalde griffierechten moet vergoeden. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen.
Uitkomst: De successieaanslag wordt verminderd tot een berekening over een verkrijging van €770.000.