ECLI:NL:GHARN:2009:BK1272
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- J.H.M. Zwinkels
- R.W. van Zuijlen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vrijspraak voorbereiding ernstige geweldsdelicten na mishandeling
In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis van de rechtbank Utrecht bevestigd waarbij verdachte werd vrijgesproken van voorbereiding van ernstige geweldsdelicten en bedreiging. Het hof voerde een eigen, uitgebreidere motivering aan, maar kwam tot dezelfde conclusie dat het bewijs onvoldoende was om het opzet op deze delicten aan verdachte te bewijzen.
De zaak betrof een groep personen die in reactie op een mishandeling van een persoon genaamd [A] in Utrecht handelde. Hoewel het optreden van de groep de indruk van een strafexpeditie wekte, kon niet worden vastgesteld dat iedere verdachte het voornemen had om ernstige delicten te plegen. Het hof beoordeelde het gedrag van verdachte afzonderlijk, op basis van het beschikbare bewijsmateriaal.
Belangrijke bewijsstukken zoals verklaringen van een N.N.-getuige over vuurwapens en handgranaten werden door het hof niet geloofd vanwege inconsistenties en gebrek aan ondersteuning. Verdachte droeg wel een kogelwerend vest, maar dit werd niet gezien als bewijs van opzet op zware geweldsdelicten. Ook de aanwezigheid van meerdere auto’s en het georganiseerde karakter van het optreden wezen op een planmatige actie, maar niet noodzakelijk op het beoogde plegen van de genoemde delicten.
De taps van telefoongesprekken toonden kennis van de identiteit van de gezochte personen, maar geen concrete bespreking van het beoogde geweld. Het hof achtte het mogelijk dat de groep rekening hield met wapens van tegenstanders en dat het doel minder ernstige delicten kon betreffen. De vrijspraak werd daarom bevestigd met een nadere motivering.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vrijspraak van verdachte voor voorbereiding van ernstige geweldsdelicten.