ECLI:NL:HR:2009:BG6608
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering anonieme getuigenverklaring
De zaak betreft een verdachte die wordt verdacht van poging tot diefstal door braak uit twee personenauto's te Amsterdam in juni 2007. Het hof Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder een anonieme getuigenverklaring die door de rechter-commissaris is opgenomen met beperkte anonimiteit.
De Hoge Raad herhaalt de relevante rechtsregels omtrent het gebruik van anonieme getuigenverklaringen, met name de vereisten van artikel 190, tweede lid, artikel 344a en artikel 360 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad stelt vast dat de getuige niet valt onder de categorie van personen wier identiteit niet blijkt, omdat de getuige door de rechter-commissaris is gehoord en geïndividualiseerd kan worden.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bestreden uitspraak niet blijkt dat het hof de reden voor toekenning van de beperkte anonimiteit heeft gemotiveerd, noch dat is aangetoond dat deze anonimiteit geen afbreuk heeft gedaan aan het ondervragingsrecht van de verdediging. Dit is een vereiste op grond van artikel 360 Sv Pro. Daarom wordt het middel gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening.
De overige middelen worden verworpen. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 12 mei 2009.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de beperkte anonimiteit van een getuige en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.