ECLI:NL:GHARN:2009:BK1755
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar navorderingsaanslag successierecht
Belanghebbende ontving een navorderingsaanslag successierecht die aanvankelijk naar zijn zuster was gestuurd, die als gemachtigde optrad. De aanslag was ten name van belanghebbende gesteld, maar de correspondentie werd naar het adres van zijn zuster verzonden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag, maar dit bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Het hof oordeelde dat de navorderingsaanslag op de dag van dagtekening bekend is gemaakt, ongeacht dat de brief naar de zuster werd gestuurd. De termijn voor bezwaar begon daarmee te lopen en werd niet verlengd door de communicatieproblemen tussen belanghebbende en zijn zuster.
Het hof concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat de gevolgen van de communicatie tussen belanghebbende en zijn gemachtigde voor zijn risico kwamen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag successierecht is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.