ECLI:NL:GHARN:2009:BK2260
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen op bezwaar in belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting 2003 en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op deze bezwaren. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde een proceskostenvergoeding op basis van het puntenstelsel. Belanghebbende tekende hoger beroep aan tegen de hoogte van de vergoeding en stelde dat bijzondere omstandigheden een hogere vergoeding rechtvaardigden.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende gebonden is aan de intrekking van grieven bij de Rechtbank, mede omdat de gemachtigde ter zitting van de Rechtbank had ingestemd met het puntenstelsel. Het Hof overwoog dat alleen de kosten van de procedure over het niet tijdig beslissen in aanmerking komen en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren voor een hogere vergoeding.
Verder wees het Hof het verzoek tot het horen van een getuige af, omdat dit niet relevant was voor de procedure over het niet tijdig beslissen. Het Hof bevestigde dat het gewicht van de zaak niet zwaarder dan gemiddeld was en bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar werd naar de Rechtbank verwezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de proceskostenvergoeding van de Rechtbank en verwijst het beroep tegen de uitspraak op bezwaar naar de Rechtbank.