ECLI:NL:HR:2006:AV5026
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing loonbelastingvrijstelling voor jas met bedrijfslogo als werkkleding
Belanghebbende had loonbelasting afgedragen over een aan een werknemer verstrekte jas met bedrijfslogo en verzocht om teruggaaf van dit bedrag. Zowel de Inspecteur als het Hof wezen dit bezwaar en beroep af. Belanghebbende stelde in cassatie dat de jas als werkkleding moest worden aangemerkt, waardoor de vergoeding vrijgesteld zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de jas weliswaar voorzien was van een duidelijk zichtbaar bedrijfslogo groter dan 70 cm², maar dat dit op zichzelf niet voldoende is om de jas als werkkleding aan te merken in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Er moet ook worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 15 en Pro 17 van de Wet, waaronder dat de vergoeding moet strekken tot bestrijding van kosten of niet als beloningsvoordeel wordt gezien.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat belanghebbende haar grief ter zitting had ingetrokken, maar dit had geen gevolgen voor de uitkomst van de zaak. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de loonbelastingheffing over de jas met bedrijfslogo blijft gehandhaafd.