ECLI:NL:GHARN:2009:BK3226
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep belastingaanslag en boetebeschikking met terugwijzing boetezaak naar rechtbank
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een definitieve aanslag inkomstenbelasting opgelegd zonder arbeidskorting en met een verzuimboete wegens te late aangifte. Tegen de aanslag en boetebeschikking werd bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar over de aanslag en handhaafde de aanslag, maar gaf geen beslissing over de boete.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij recht had op arbeidskorting en aftrek wegens verliezen op durfkapitaal. Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen beslissing over de boetebeschikking had genomen en verwees dit deel terug naar de rechtbank. Het hof stelde vast dat belanghebbende geen bewijs had geleverd voor de aftrek durfkapitaal en dat zij geen recht had op arbeidskorting omdat zij geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid had.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard voor de belastingaanslag, de boetezaak werd terugverwezen, en belanghebbende kreeg het griffierecht terugbetaald. Er werden geen proceskosten opgelegd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard voor de aanslag, de boetebeschikking wordt terugverwezen naar de rechtbank.