ECLI:NL:GHARN:2009:BK7031
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens waardedrukkend effect windmolenpark niet bewezen
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat de aanwezigheid van een windmolenpark nabij de woning een waardedrukkend effect heeft dat onvoldoende is meegenomen. De Ambtenaar handhaafde de waarde van €201.000, waarop belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde het Gerechtshof Arnhem vast dat de bouwvergunning voor het windmolenpark reeds in 2003 was verleend en de bouwplannen op de waardepeildatum 1 januari 2005 vergevorderd waren. Hierdoor kon de feitelijke bouw niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt die een wijziging van de toestandsdatum rechtvaardigt. De Ambtenaar kon niet aannemelijk maken dat de waarde correct was vastgesteld, mede doordat hij niet ter zitting verscheen.
Belanghebbende voerde aan dat de waardestijging ten opzichte van het vorige tijdvak onredelijk hoog was en dat een waardevermindering van 30% passend was wegens geluidshinder van het windmolenpark. Het hof oordeelde dat het waardedrukkend effect reeds was verdisconteerd in de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in de omgeving, die op vergelijkbare afstand van het windmolenpark lagen.
Omdat geen van beide partijen een aannemelijke waardering had overgelegd, bepaalde het hof zelf de WOZ-waarde op €185.000, rekening houdend met de verkoopprijs van een vergelijkbaar pand en de kleinere omvang van de woning van belanghebbende. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de proceskosten werden deels toegewezen.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €185.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.