4.20 Op 12 maart 2007 namen de rapporteurs het volgende waar.
Vanaf 10.10 uur duwde [geïntimeerde] een aanhangwagen de werkplaats uit, tilde een pallet het terrein af, tilde de dissel van een aanhangwagen op en reed deze weg, reed op quads, duwde een aggregaat de werkplaats uit, verrichte daaraan meermalen geknield werkzaamheden en duwde deze verder het terrein op. Verder duwde hij een aanhangwagen het terrein op, trok het aggregaat over het terrein, droeg twee metalen, op een ladder gelijkende, oprij-platen en plaatste deze in de aanhangwagen, trok de aanhangwagen naar voren en koppelde deze aan, bond daarop de oprij-platen met een touw vast. Later trok hij met een ander een rode quad via de oprij-platen op de aanhangwagen en bond deze met kracht vast. Hij reeds de aanhangwagen van Geldermalsen naar Veenendaal vice versa. Later laadde hij de quad ook weer af en bracht de oprij-platen met één hand weg. Verder nam hij met een ander een kleine quad uit een laadruimte, duwde een aanhangwagen het terrein af over grove steensoort. Hij schoof een schuifdeur van de werkplaats met zijn hand en gewicht open en later weer dicht. Hij kroop in een laadruimte. De observatie eindigde om 18.00 uur.
De conclusie uit het rapport van 20 maart 2007 luidt:
“Wij rapporteurs zagen dat subject tijdens en/of na het verrichten van diverse handelingen en/of het maken van deze bewegingen zoals:
het uit de werkplaats duwen van aanhangwagens, het besturen van diverse quads op het terrein en de openbare weg, het dragen van een valhelm, het rijden met hoge snelheid, het naar buiten duwen van een aggregaat,
het openen en sluiten van portieren en achterdeuren van de Peugeot, het in en uit de Peugeot stappen, het besturen van de Peugeot,
het voorover buigen van het bovenlichaam, het oprichten van zijn bovenlichaam, het geknield verrichten van werkzaamheden, het tillen van metalen oprij-platen, het op de aanhangwagen duwen van een quad,
het op- en neer bewegen van het hoofd, het naar links en rechts draaien van zijn hoofd, het schuin houden van zijn hoofd en het lopen met normale tred,
in het geheel geen blijk gaf van enig lichamelijk ongemak, belemmering en/of pijn.”
4.21 Naar aanleiding van de dvd-beelden heeft de arbeidsdeskundige Olivier op 17 september 2008 onder meer gerapporteerd (productie 38 bij memorie van grieven):
“3.3 (…)
De beelden laten zien dat verzekerde gedurende een normale werkdag vrijwel continu activiteiten ontplooit. Op basis van de videobeelden kan de belastbaarheid van verzekerde niet exact worden weergegeven in meetbare vormen zoals (…) gebruikelijk (…). Uit de beelden blijkt wel het volgende:
- verzekerde is in staat gedurende een achturige werkdag activiteiten te ontplooien
- verzekerde is in staat om auto’s te poetsen (het polijsten en schoonspuiten wordt in de praktijk gedurende een half uur uitgevoerd)
- verzekerde is in staat om met een tweede persoon een quad in een aanhangwagen te tillen
- verzekerde is in staat om een aanhangwagen te duwen
- verzekerde is in staat om een quad en een auto te besturen
- er is geen sprake van een afwijkend looppatroon
- het lopen en het staan zijn afwisselend gedurende de hele dag mogelijk.
4. (…)
Indien verzekerde tijdens het arbeidsdeskundig onderzoek had aangegeven dat hij wel degelijk in staat is om hele dagen activiteiten te ontplooien en dat hij ook in staat is om auto’s te poetsen, dan had dat ongetwijfeld geleid tot een ander advies over de mate van arbeidsongeschiktheid. Tot welke mate (…) kan echter niet exact worden aangegeven. (…)
5. (…)
Uit videobeelden blijkt dat verzekerde in de praktijk werkzaamheden uitvoert die niet in overeenstemming zijn met de medisch vastgestelde belastbaarheid. De videobeelden tonen ook aan dat verzekerde ons ten tijde van het onderzoek niet naar waarheid heeft geïnformeerd. Verzekerde heeft immers een veel ernstiger aantasting van zijn belastbaarheid weergegeven dan uit de videobeelden blijkt. (…)
5. (…)
Wel kan worden aangegeven dat er niet geconcludeerd zou zijn tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%.”