ECLI:NL:GHARN:2010:BL0966
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- J. Lamens
- J. van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling bedrijfswoning met opstalrecht vormt één onroerende zaak volgens Wet WOZ
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een bedrijfswoning met opstalrecht op een perceel van een derde, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebepaling van de woning. De Ambtenaar stelde de waarde na bezwaar vast op €473.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem.
Het geschil betrof de vraag of de waarde van de grond meegenomen mocht worden bij de waardebepaling, aangezien belanghebbende alleen opstaller was en niet eigenaar van de grond. Daarnaast stelde belanghebbende dat de gebruikte referentieobjecten niet vergelijkbaar waren vanwege het bedrijfswoningkarakter en de nabijheid van een chemische fabriek.
Het Hof oordeelde dat de woning en de grond samen één onroerende zaak vormen omdat belanghebbende het genot van beide krachtens zakelijk recht heeft. De taxatie hield rekening met het bedrijfswoningkarakter, wat zich uit in een lagere waarde per m² dan de referentieobjecten. De stelling over de chemische fabriek werd onvoldoende onderbouwd en kwam te laat in het geding.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €473.000 bevestigd.