ECLI:NL:GHARN:2010:BL3738
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek oninbare vordering wegens ontbreken ondernemingsvermogen
Belanghebbende, een tandarts met een eenmanspraktijk, had €50.000 overgemaakt aan een financieel adviseur zonder schriftelijke afspraken over de aard van de lening. De inspecteur weigerde de lening als oninbare vordering ten laste van het resultaat te brengen, omdat deze niet tot het ondernemingsvermogen zou behoren.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep stelde belanghebbende dat sprake was van keuzevermogen en dat de lening op de balans had moeten worden opgenomen. Het hof oordeelde dat door het niet activeren van de lening op de balans en de verwerking als onttrekking, belanghebbende tot uitdrukking had gebracht dat het bedrag niet tot het ondernemingsvermogen behoorde.
Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende en bevestigde dat de €50.000 niet ten laste van het resultaat kan worden gebracht. Beide partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de lening van €50.000 niet tot het ondernemingsvermogen behoort en niet ten laste van het resultaat kan worden gebracht.