ECLI:NL:GHARN:2010:BL5007
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering verontreinigingsheffing oppervlaktewateren visfileerbedrijf na correctie vervuilingseenheden
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een visfileerbedrijf exploiteert, kreeg voor het jaar 2000 een aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren opgelegd door het waterschap Zuiderzeeland. De aanslag was gebaseerd op 1.186,1 vervuilingseenheden (v’e), vastgesteld door de heffingsambtenaar mede op basis van afvalwateronderzoeken. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het aantal v’e volgens de tabel afvalwatercoëfficiënten (de Tabel) moest worden berekend, zoals in voorgaande jaren gebeurde.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof onderzocht of de ambtenaar terecht van de aangifte was afgeweken en het aantal v’e had vastgesteld op basis van metingen. Het Hof concludeerde dat belanghebbende de Tabel terecht had toegepast omdat aan de voorwaarden van artikel 9, lid 1, van de Verordening was voldaan. De hoeveelheid gebruikt water werd vastgesteld op 11.964 m³, wat leidde tot een aantal v’e van 837,5 plus een forfaitaire waarde voor huishoudelijk water.
Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken en verminderde de aanslag tot € 38.233,71. Tevens veroordeelde het waterschap tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door mr. J.A. Monsma, voorzitter, mr. J. van de Merwe en mr. A.J.H. van Suilen, in aanwezigheid van mr. W.J.N.M. Snoijink als griffier.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslag tot € 38.233,71 en veroordeelt het waterschap tot vergoeding van proceskosten.