ECLI:NL:GHARN:2010:BM1190
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Th.C.M. Willemse
- W.L. Valk
- H.M. Wattendorf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging gedoogbeschikking aanleg gastransportleiding
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de gedoogbeschikking van de minister van Verkeer en Waterstaat, waarin aan de eigenaar van percelen een gedoogplicht werd opgelegd voor de aanleg en instandhouding van een gastransportleiding. De verzoeker betwistte de gedoogplicht en stelde verschillende gronden aan de orde, waaronder het ontbreken van mandaat, onredelijke voorwaarden, misbruik van bevoegdheid en onvoldoende schadevergoeding.
Het hof stelde vast dat het mandaat voor het ondertekenen van de beschikking aanwezig was en dat de gronden betreffende de algemene voorwaarden en het minnelijke overleg niet ter beoordeling stonden in deze procedure. Ook oordeelde het hof dat de gedoogplicht niet beperkt kan worden tot de periode waarin Gasunie eigenaar is, aangezien de plicht ook de instandhouding van het werk betreft.
Verder verwierp het hof het betoog over misbruik van macht en ongeoorloofde staatssteun wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. Ten aanzien van de schadevergoeding bevestigde het hof dat de Belemmeringenwet Privaatrecht voorziet in volledige vergoeding van geleden schade, en dat de verzoeker de mogelijkheid heeft om via minnelijk overleg of de kantonrechter een vergoeding te verkrijgen.
Het verzoek om de duur van de gedoogplicht te beperken tot 20-25 jaar werd eveneens afgewezen, omdat de plicht geldt zolang de leiding in stand wordt gehouden. Ook het verzoek om bundeling van de leidingen werd niet gehonoreerd, omdat dit niet mogelijk was gebleken uit milieu- en planologische overwegingen. Het hof concludeerde dat het verzoek tot vernietiging van de gedoogbeschikking ongegrond is en wees dit af.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de gedoogbeschikking wordt afgewezen en de beschikking blijft in stand.