ECLI:NL:GHARN:2010:BM1570
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding na intrekking beroep inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2003 waarbij lijfrentepremies niet werden erkend. Na een brief van de Inspecteur waarin werd meegedeeld dat het bezwaar alsnog zou worden toegewezen, trok belanghebbende het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De Rechtbank kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe, maar belanghebbende vorderde in hoger beroep een integrale vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. De Inspecteur stelde dat geen recht op vergoeding bestond en dat een afspraak was gemaakt dat geen vergoeding zou worden gevraagd.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een dergelijke afspraak bestond en dat het enkele feit van tegemoetkomen in bezwaar en beroep aanleiding geeft tot toekenning van proceskostenvergoeding. Het verzoek tot integrale vergoeding werd echter afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de forfaitaire vergoeding rechtvaardigen.
Het incidentele hoger beroep van belanghebbende werd verworpen. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot een proceskostenvergoeding van € 1.526 en griffierecht van € 448. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot integrale proceskostenvergoeding af en veroordeelt de Inspecteur tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van € 1.526.