ECLI:NL:RBARN:2009:BH5990
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning lijfrenteaftrek bij overdracht onderneming en afwijzing integrale proceskostenvergoeding
Verzoeker droeg per 1 januari 2004 zijn onderneming over aan een werkmaatschappij, waarbij een stamrecht werd bedongen. De stamrechtverplichting werd direct overgedragen aan een houdstermaatschappij. Verzoeker bracht de betaalde lijfrentepremies in aftrek bij de belastingaanslag 2003, welke door verweerder werd geweigerd. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar alsnog toegewezen, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de lijfrenteaftrek terecht werd toegestaan, omdat de overdracht en stamrechtregeling binnen de fiscale kaders vielen, ondanks dat de lijfrenteverplichting aan de houdstermaatschappij werd overgedragen. De rechtbank vond echter geen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding, omdat niet duidelijk was dat de aanslag of uitspraak op bezwaar geen stand zou houden bij beroep. De rechtbank wees op het ontbreken van onmiskenbare goedkeuring van de Staatssecretaris voor de situatie van verzoeker en dat het standpunt van verweerder pas later werd bijgesteld.
De rechtbank kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe van € 966 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, maar wees het verzoek om vergoeding van overige kosten af. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Okhuizen op 10 maart 2009.
Uitkomst: Lijfrenteaftrek wordt alsnog toegestaan, maar integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen; forfaitaire vergoeding van € 966 toegekend.