ECLI:NL:GHARN:2010:BM6059
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging aanslag onroerendezaakbelasting voor braakliggend terrein
De zaak betreft een geschil over de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het perceel a-straat 1 te Arnhem, waarbij belanghebbende het perceel in 2003 kocht en de daarop aanwezige bouwval liet slopen. Bouwvergunningen werden in november 2004 verleend, maar feitelijke bouwactiviteiten startten pas in februari 2005. De gemeente legde een OZB-aanslag op voor het gebruikersgedeelte over 2005, welke belanghebbende betwistte.
De rechtbank vernietigde de aanslag omdat belanghebbende het perceel op 1 januari 2005 niet feitelijk gebruikte in de zin van de Verordening op de heffing en invordering van OZB. De gemeente ging in hoger beroep, stellende dat het begrip gebruik ruimer moest worden geïnterpreteerd sinds de wijziging van de Gemeentewet in 1996.
Het Hof oordeelt dat de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geen aanleiding geven het begrip gebruik zó ruim te trekken dat braakliggend terrein zonder feitelijke bezetting als gebruikt kan worden aangemerkt. Het perceel lag gedurende 2004 braak en de bouw startte pas in 2005, zodat op de peildatum geen gebruik bestond. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het braakliggend terrein op 1 januari 2005 niet als gebruikt kan worden aangemerkt en verklaart het hoger beroep van de gemeente ongegrond.