Uitspraak
Uitgeestte
Uitgeesttegen de uitspraak van het Gerechtshof te
Amsterdamvan 23 november 1978 betreffende de aan
[X]te [Z] opgelegde aanslagen in de onroerend-goedbelastingen van de gemeente Uitgeest voor het jaar 1975;
Hoge Raad
Belanghebbende, eigenaar van een perceel met oude opstallen, verwijderde deze en bouwde een nieuw woonhuis met garage. De gemeente legde aanslagen onroerend-goedbelasting op voor het jaar 1975, zowel wegens feitelijk gebruik als genot krachtens zakelijk recht. Belanghebbende betwistte deze aanslagen en voerde aan dat het perceel tijdens de bouwperiode als ongebouwde aanhorigheid moest worden aangemerkt, waardoor geen belasting verschuldigd zou zijn.
Het Hof oordeelde dat het perceel tijdens de bouwperiode als bouwterrein moest worden beschouwd en vernietigde de aanslag wegens feitelijk gebruik, maar handhaafde de aanslag wegens genot krachtens zakelijk recht. De gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van Burgemeester en Wethouders. De Hoge Raad stelt dat het perceel tijdens de bouwperiode feitelijk wordt gebruikt door belanghebbende, omdat het gebruik van het perceel voor het bouwen van een woning als feitelijk gebruik in de zin van de Verordening onroerend-goedbelastingen moet worden gezien. Hierdoor blijft de aanslag wegens feitelijk gebruik in stand.
De Hoge Raad benadrukt dat de tekst en strekking van artikel 273 Gemeentewet Pro en de Verordening onroerend-goedbelastingen geen beperking bevatten dat gebruik slechts geldt indien het onroerend goed overeenkomstig zijn aard en inrichting wordt gebruikt. Het feitelijk gebruik door de eigenaar tijdens de bouwperiode is voldoende voor belastingheffing.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de gemeentelijke belastingverordening op onroerend goed in verbouwingssituaties en bevestigt dat bouwterreinen tijdens de bouwperiode als feitelijk gebruikt kunnen worden aangemerkt voor belastingdoeleinden.
Uitkomst: De aanslagen onroerend-goedbelasting wegens feitelijk gebruik en genot krachtens zakelijk recht worden bevestigd.