ECLI:NL:GHARN:2010:BM6941
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W. Frieling
- H.W. Koksma
- B.P.J.A.M. van der Pol
- Rechtspraak.nl
Veroordeling diefstal en gebruik gestolen bankpas met behulp van camerabeelden
Verdachte werd beschuldigd van diefstal van een bankpas en het vervolgens opnemen van geld met die gestolen pas samen met een medeverdachte. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Centrale bewijsmiddelen waren beelden van een beveiligingscamera bij een pinautomaat, waarop verdachte en medeverdachte te zien waren bij het plegen van de feiten. Het hof oordeelde dat deze beelden rechtsgeldig waren verkregen op grond van artikel 126nd/ud Sv en dat er geen sprake was van gevoelige persoonsgegevens die het bewijs zouden kunnen uitsluiten.
De verklaringen van medeverdachte en verdachte werden betrokken bij de bewijsvoering. Het hof achtte het ongeloofwaardig dat verdachte niets wist van het gebruik van de gestolen pas. De strafoplegging hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten, waardoor een taakstraf niet passend werd geacht.
Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens diefstal door meerdere verenigde personen en het gebruik van een valse sleutel (de bankpas).
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf voor diefstal van een bankpas en het opnemen van geld met die pas.