ECLI:NL:GHARN:2010:BN0830
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Zandbergen
- van Rijssen
- Weening
- Rechtspraak.nl
Bank aansprakelijk voor schending zorgplicht bij risicovolle beleggingen en toewijzing schadevergoeding
In deze zaak stond de vraag centraal of de bank aansprakelijk is voor de verliezen die de cliënt heeft geleden door risicovolle beleggingen. De cliënt had een beleggingsportefeuille overgebracht naar de bank, waarna voor circa €128 miljoen in derivaten werd gehandeld. De cliënt stelde dat de bank tekort was geschoten in haar zorgplicht, onder meer door onvoldoende onderzoek te doen naar zijn financiële positie en risicobereidheid, en door hem niet adequaat te waarschuwen voor de risico's.
Het hof constateerde dat de bank onvoldoende onderzoek had verricht naar de financiële situatie en beleggingsdoelstellingen van de cliënt. Ook was de bank tekortgeschoten in haar waarschuwingsplicht, aangezien zij de cliënt niet indringend had gewezen op de risico's van opties en futures, noch op het feit dat de beleggingsstrategie niet paste bij zijn profiel. De bank had bovendien onvoldoende rekening gehouden met de emotionele en geestelijke toestand van de cliënt.
De bank voerde verweer dat de cliënt ervaren was en de risico's kende, en dat zij hem meerdere malen had gewaarschuwd. Het hof vond dit onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de schending van de zorgplicht door de bank de hoofdoorzaak was van de geleden schade. De bank werd veroordeeld tot betaling van €1.134.187,30, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het einde van de relatie tot aan de dag van volledige voldoening.
Uitkomst: De bank wordt veroordeeld tot betaling van €1.134.187,30 plus wettelijke rente wegens schending van haar zorgplicht bij risicovolle beleggingen.