ECLI:NL:GHARN:2010:BO1422
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid en billijkheid bij incassoprovisie na voortijdige beëindiging incasso-overeenkomst
Partijen sloten op 24 juli 2006 een incasso-overeenkomst voor de duur van één jaar. Na het verzoek van Kaldi om incasso van een vordering op haar debiteur, voerde Juresta incassowerkzaamheden uit, die beperkt bleken te zijn tot het verzenden van twee standaardaanmaningen. Kaldi beëindigde de opdracht voortijdig en stelde dat zij geen incassoprovisie verschuldigd was.
De kantonrechter wees de vordering van Juresta grotendeels af, waarbij werd geoordeeld dat toepassing van het beding dat volledige incassoprovisie verschuldigd is bij voortijdige beëindiging onaanvaardbaar was. Juresta ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
Het hof bevestigde het oordeel van de kantonrechter en overwoog dat het beding in de algemene voorwaarden afwijkt van de wettelijke regeling en dat toepassing ervan in deze omstandigheden onredelijk is. Het hof veroordeelde Kaldi tot betaling van een redelijke vergoeding van € 537,88 inclusief BTW en een bedrag van € 80,- aan buitengerechtelijke kosten, met contractuele rente over het bedrag vanaf de factuurdatum.
De overige grieven van Juresta werden verworpen en de kosten van het hoger beroep werden aan Juresta opgelegd.
Uitkomst: Kaldi wordt veroordeeld tot betaling van een gereduceerde incassoprovisie met rente en een bedrag aan buitengerechtelijke kosten.