ECLI:NL:GHARN:2010:BO3712
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt bindend karakter vaststellingsovereenkomst inzake kostenaftrek inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 1999 een bedrag van ƒ 50.000 in mindering gebracht op zijn inkomsten uit onderneming vanwege een investering in een vennootschap onder firma (VoF) die een veilingwebsite wilde exploiteren. Na een breuk met de partner en het mislukken van het terugvorderen van het geïnvesteerde geld, ontstond een geschil met de Belastingdienst over de aftrekbaarheid van deze kosten.
Na aanslagen en bezwaarprocedures werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin een deel van de kosten werd geaccepteerd en verdere kosten werden uitgesloten. Belanghebbende stelde dat deze overeenkomst nietig was wegens dwang en dat hij recht had op volledige aftrek van de kosten.
Het Gerechtshof oordeelde dat de overeenkomst een geldige vaststellingsovereenkomst is volgens artikel 7:900 BW Pro, bedoeld om onzekerheid en geschil te beëindigen. Er was geen aannemelijk bewijs van onwenselijke beïnvloeding of dwang; belanghebbendes verklaring dat hij tekende om procedures en kosten te vermijden, wijst juist op overeenstemming tussen wil en verklaring.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 26 oktober 2010.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst en verklaart het hoger beroep ongegrond.