ECLI:NL:GHARN:2010:BO3713
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: afwaardering onzakelijke lening en liquidatieverlies niet toegestaan
Belanghebbende verstrekte in 1998 een lening aan haar dochtermaatschappij Q GmbH, die een horecaonderneming exploiteerde. De lening kende een lage rente en een lange aflossingsvrije periode. Q leed verliezen en werd in 2001 geliquideerd. Belanghebbende bracht een afwaarderingsverlies van €187.162 ten laste van haar fiscale winst en claimde daarnaast een aanvullend liquidatieverlies.
De Inspecteur stelde zich op het standpunt dat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar was omdat het een uitdeling aan de aandeelhouder betrof of omdat de lening niet zakelijk was verstrekt. Het hof oordeelde dat belanghebbende het debiteurenrisico had aanvaard als aandeelhouder en dat de lening niet als deelnemerschapslening of informeel kapitaal kon worden gekwalificeerd. Daardoor was het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar en leidde het niet tot een verhoging van het opgeofferde bedrag of liquidatieverlies.
Ook de door belanghebbende gestelde verhoging van het opgeofferde bedrag wegens een borgstellingsvergoeding en rentecorrectie werd verworpen. Het hof bevestigde dat de aanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente door de Inspecteur juist waren vastgesteld. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep en hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en het hoger beroep en incidenteel hoger beroep van belanghebbende ongegrond, waardoor het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is en geen liquidatieverlies wordt toegekend.