ECLI:NL:GHARN:2010:BO4458
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid van betekenkosten en dwanginvordering ondanks ontbreken kennisgeving vervallen uitstel
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd en vroeg uitstel van betaling totdat het bezwaar was beslist. Na uitspraak op bezwaar verviel het uitstel van rechtswege. De ontvanger startte dwanginvordering en bracht kosten van betekening in rekening. Belanghebbende betwistte de kosten en stelde dat zij niet schriftelijk was geïnformeerd over het vervallen van het uitstel, wat volgens de Leidraad Invordering 1990 verplicht zou zijn.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het Hof oordeelde dat de kennisgeving van het vervallen van het uitstel slechts informatief is en geen noodzakelijke voorwaarde voor het starten van dwanginvordering. Tevens is de berekening van de betekenkosten conform de wettelijke bepalingen en is disproportionaliteit niet toetsbaar door de rechter.
Het Hof verwierp ook het betoog dat in de vakantieperiode coulance moest worden betracht bij betalingstermijnen, omdat hiervoor geen beleid bestaat. De dwanginvordering was daarmee rechtmatig en de kosten terecht in rekening gebracht. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de betekenkosten terecht zijn berekend en dat kennisgeving van vervallen uitstel geen noodzakelijke voorwaarde is voor dwanginvordering.