ECLI:NL:GHARN:2010:BO6173
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting na onterechte vrijstelling kavelruil
Belanghebbende verkreeg in 1999 een perceel via een kavelruil waarbij overdrachtsbelasting werd vrijgesteld op grond van artikel 15, lid 1, onderdeel l, Wet Brv. De Inspecteur stelde vast dat de vrijstelling onterecht was toegepast omdat de kavel E A02 niet door de vermeende partij was ingebracht, maar door een andere partij, waardoor sprake was van een gewone verkooptransactie.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en heffingsrente op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank vernietigde aanvankelijk de uitspraak van de Inspecteur wegens schending van de hoorplicht, waarna de Inspecteur de bezwaarprocedure opnieuw behandelde. De rechtbank verklaarde het beroep daarop ongegrond. Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslag aan de notaris had moeten worden opgelegd en dat de Inspecteur misbruik van bevoegdheid had gemaakt.
Het Hof oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was en dat de naheffingsaanslag terecht en tijdig aan belanghebbende was opgelegd. Het feit dat domicilie was gekozen bij de notaris leidde niet tot een andere belastingplichtige. Er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid en het beroep werd ongegrond verklaard. Ook de heffingsrente werd bevestigd.
De uitspraak werd op 16 november 2010 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Arnhem, dat de uitspraak van de rechtbank bevestigde en geen proceskosten aan de Inspecteur toekende.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.