ECLI:NL:HR:2010:BL6426
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vermindering heffingsrente bij voorlopige teruggaaf en compensatieregelingen grensarbeiders
Belanghebbende, een Nederlandse grensarbeider werkzaam in België, diende in 2003 een voorlopige teruggaaf in voor de inkomstenbelasting waarbij de compensatieregelingen uit het belastingverdrag Nederland-België werden toegepast. De Inspecteur schatte het bedrag van de compensatie op basis van de Belgische bedrijfsvoorheffing, wat later bleek af te wijken van de werkelijke belastingaanslag in België.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende tegen de heffingsrente gegrond en vernietigde de beschikking. Het Hof vernietigde vervolgens de uitspraak van de Rechtbank en mat de heffingsrente slechts gedeeltelijk, waarbij het zorgvuldigheidsbeginsel werd toegepast. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt en niet onzorgvuldig had gehandeld. Wel was het hof tekortgeschoten door niet in te gaan op het tijdsverloop tussen aangifte en aanslag, wat volgens het zorgvuldigheidsbeginsel tot verdere vermindering van de heffingsrente kan leiden. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd en verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.