ECLI:NL:GHARN:2010:BO6749
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terbeschikkingstelling pand aan gelieerde vennootschap voor inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde in geschil of een pand in 2002 ter beschikking was gesteld aan een gelieerde vennootschap, de BV, waarin haar echtgenoot een aanmerkelijk belang had. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch had dit vernietigd en de aanslag verminderd. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem ter verdere behandeling.
Het hof stelde vast dat belanghebbende en haar echtgenoot het pand in 2001 hadden gekocht met de bedoeling dit te verbouwen en te verhuren aan de BV als tandartspraktijk. Hoewel de verbouwing in 2002 stil lag en het pand niet werd gebruikt, was het gereedmaken van het pand zodanig afgestemd dat, indien het een niet-gelieerde huurder betrof, vooraf afstemming had plaatsgevonden. Dit leidde tot de conclusie dat vanaf het begin van de verbouwing sprake was van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92 Wet IB.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de Inspecteur, verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 78.905 en paste de heffingsrente dienovereenkomstig aan. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 78.905.