ECLI:NL:GHARN:2011:BP0826
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging redelijke schatting en omkering bewijslast bij niet-ingediende aangifte inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van A B.V., deed voor het jaar 2006 geen aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur legde op basis van een redelijke schatting een aanslag IB/PVV op, inclusief heffingsrente en een verzuimboete. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen de aanslag ongegrond, maar mat de verzuimboete aanzienlijk terug.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zij geen inkomstenbelasting verschuldigd was omdat A B.V. al vennootschapsbelasting over de winst had betaald. Het Hof oordeelde dat deze stelling geen grond vindt in de wet, omdat de arbeidsverhouding tussen belanghebbende en A B.V. als dienstbetrekking geldt en het gebruikelijk loon van minimaal €39.000 terecht in aanmerking is genomen.
Verder oordeelde het Hof dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard vanwege het uitblijven van aangifte, en dat de aanslag gebaseerd is op een redelijke schatting. Ook de heffingsrente werd bevestigd omdat geen zelfstandige gronden tegen de toepassing daarvan waren aangevoerd. De verzuimboete werd door het Hof als passend en geboden beschouwd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag, heffingsrente en verzuimboete worden bevestigd.