ECLI:NL:GHARN:2011:BP1623
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Contante waarde alimentatieverplichtingen als schuld in box 3 voor inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2007 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €1.768. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar de rechtbank vernietigde deze en stelde het belastbaar inkomen op nihil door de contante waarde van alimentatieverplichtingen van de echtgenoot als schuld in box 3 mee te nemen.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij het geschil draaide om de vraag of de contante waarde van alimentatieverplichtingen als schuld in box 3 kan worden aangemerkt. Het hof overwoog dat de Hoge Raad eerder had geoordeeld dat de contante waarde van lijfrenteverplichtingen als schuld in box 3 kan worden meegenomen en dat dit ook geldt voor alimentatieverplichtingen.
Het hof verwierp de stelling van de Inspecteur dat artikel 2.14 van de Wet inkomstenbelasting 2001 dit zou verhinderen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De proceskosten werden aan de zijde van belanghebbende vastgesteld op €25. Het hoger beroep van de Inspecteur faalde daarmee.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.