ECLI:NL:GHARN:2011:BP2293
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting na openbaring buitenlandse bankrekening
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1991 tot en met 2000, waarbij boetes van 100% werden opgelegd wegens het niet volledig verstrekken van gegevens over buitenlandse bankrekeningen, met name in Luxemburg.
Na bezwaar en beroep werd het geschil over de hoogte van de boetes en de kwijtschelding daarvan aan het Gerechtshof Arnhem voorgelegd. Belanghebbende stelde dat hij tijdig openheid van zaken heeft gegeven en dat de boete daarom verminderd moest worden, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De Inspecteur handhaafde een boete van 100%, met een mogelijke vermindering tot 80% wegens termijnoverschrijding.
Het Hof oordeelde dat de boete van 100% passend was vanwege opzettelijke verzwegen inkomsten en verzwarende omstandigheden, maar achtte het door de Inspecteur toegezegde beleid tot matiging tot 75% bindend vanwege het gewekte vertrouwen. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend en in de boetevermindering verwerkt.
De navorderingsaanslagen vermogensbelasting werden vernietigd, de inkomstenbelastingaanslagen verminderd, en de boetes dienovereenkomstig aangepast. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de boete tot 75% en vermindert de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, vernietigt de navorderingsaanslagen vermogensbelasting en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.