ECLI:NL:GHARN:2011:BP2303
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bekendmaking en tijdigheid aanslagen inkomstenbelasting buitenland
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, kreeg aanslagen inkomstenbelasting opgelegd voor de jaren 2001 tot en met 2003. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslagen en de daarbij behorende boetebeschikkingen. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende in beroep ging bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de aanslagen, maar gegrond voor de boeten.
In hoger beroep stond centraal of de aanslagen tijdig en correct waren bekendgemaakt aan belanghebbende, die sinds 1986 niet meer in Nederland woonde. Het hof oordeelde dat de aanslag 2001 niet tijdig was vastgesteld omdat het aanslagbiljet aan een oud adres in Duitsland was gestuurd waar belanghebbende niet meer woonde. De Inspecteur had onvoldoende onderzoek gedaan naar het juiste adres. Voor de aanslagen 2002 en 2003 was de bekendmaking wel correct, omdat deze aan het vestigingsadres van bedrijven van belanghebbende respectievelijk aan zijn juiste buitenlandse adres waren gestuurd.
Het hof vernietigde daarom de aanslag 2001 en de heffingsrentebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Voor de overige jaren bevestigde het hof de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door het hof op 18 januari 2011.
Uitkomst: Aanslag inkomstenbelasting 2001 vernietigd wegens niet-tijdige bekendmaking, aanslagen 2002 en 2003 bevestigd.