ECLI:NL:GHARN:2011:BP7220
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. de Groot
- J.A. Coster van Voorhout
- J.D. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen indienen verhoogde schuldvordering bij faillissement
Het Gerechtshof Arnhem heeft het vonnis van de rechtbank Almelo vernietigd en in hoger beroep opnieuw recht gesproken. Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder het medeplegen van het indienen van een verhoogde schuldvordering bij het faillissement van een eenmanszaak. Het hof oordeelde dat alleen dit feit wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte vrij van de overige tenlastegelegde feiten.
De zaak betrof het indienen van vorderingen namens besloten vennootschappen bij de curator, waarbij de werkelijke vorderingen aanzienlijk lager waren dan de opgegeven bedragen. Verdachte voerde aan dat de vorderingen commercieel correct waren, maar het hof verwierp dit verweer vanwege gebrek aan objectieve onderbouwing. Daarnaast werd het verweer dat het onderdeel 'bij verificatie van de schuldvordering' niet bewezen kon worden, verworpen omdat deze term in ruime zin moet worden uitgelegd.
Verder oordeelde het hof dat de dagvaarding voldoende duidelijk was en dat er geen sprake was van onrechtmatige druk tijdens verhoren die tot bewijsuitsluiting zou leiden. De strafoplegging bestond uit een geldboete van €4.500,00, met vervangende hechtenis bij niet-betaling, waarbij rekening werd gehouden met de schending van de redelijke termijn. De overige feiten, waaronder witwassen en het verwerven van goederen waarvan verdachte zou moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen, werden niet bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €4.500 wegens medeplegen van het indienen van een verhoogde schuldvordering bij faillissement.