ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3104
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid opzegging en bedrijfsmatige exploitatie pachtovereenkomst tuinbouwgrond
In deze civiele zaak staat centraal of een exploot van 19 oktober 2007 moet worden gezien als een rechtsgeldige opzegging van een pachtovereenkomst voor tuinbouwgrond. De pachtovereenkomst, gesloten in 1995, werd telkens stilzwijgend verlengd, maar de appellanten wensten geen verdere verlenging. Het hof beoordeelt dat het exploot niet duidelijk genoeg was om als opzegging in de zin van artikel 7:367 BW Pro te gelden, mede omdat dezelfde terminologie werd gebruikt als in eerdere exploten die slechts kennisgeving van niet-verlenging betroffen.
Daarnaast is de vraag of de pachter het gepachte bedrijfsmatig exploiteert. Het hof benadrukt dat bedrijfsmatige exploitatie een complex van economische activiteiten vereist gericht op landbouwwinst, waarbij factoren als omvang, investeringen, ondernemingsrendement en hoofdfunctie buiten landbouw worden meegewogen. De pachter zou de grond deels als oprit gebruiken en niet volledig voor landbouw, hetgeen door appellanten wordt gesteld maar door geïntimeerde wordt betwist.
Het hof acht een plaatsopneming noodzakelijk om de feitelijke situatie ter plaatse vast te stellen en laat een comparitie van partijen volgen om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te onderzoeken. Tevens wordt de pachter opgedragen relevante bedrijfsgegevens te overleggen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze feiten zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het exploot van 19 oktober 2007 geen geldige opzegging is en wijst de vorderingen af, maar wijst een plaatsopneming en comparitie aan voor nader onderzoek naar bedrijfsmatige exploitatie.